Biologische gewasbescherming

Eén van de doelstellingen van Vitensa is om een zo lekker en gezond mogelijk product op de markt te brengen. Daartoe wordt maximaal gebruik gemaakt van biologische gewasbescherming. Elke week maakt de “verantwoordelijke biologie” een ronde door de kas om plagen tijdig waar te nemen. Hiervoor gebruikt hij/zij gele signaleringsplaten die verspreid in de kas hangen, op deze platen blijven schadelijke insecten plakken. Op deze manier weet hij/zij hoe groot de toe- of afname is van elke plaag. Veel voorkomende plagen in de tomaten zijn witte vlieg, spint en rupsen. Aan de hand van de verzamelde gegevens bepaalt hij/zij welke en hoeveel natuurlijke vijanden ingezet moeten worden. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende natuurlijke vijanden. Roofmijten worden in het gewas gebracht om schadelijke spintmijten op te eten en sluipwespen planten zich voort op bijvoorbeeld de schadelijke witte vliegen in het gewas en schakelen daarmee deze plaaginsecten uit. De sluipwesp legt dan een eitje van zichzelf in een larve van de witte vlieg waardoor er na verloop van tijd een nieuwe sluipwesp uitkomt in plaats van een witte vlieg. Het preventief inzetten van biologische bestrijders begint al vroeg in het jaar, dit om zo snel mogelijk een grote populatie van biologische bestrijders op te bouwen.

 

Ook de bestuiving van de bloemen wordt biologisch gedaan, hiertoe worden elke week hommelkasten in de kas geplaatst. De hommels vliegen van bloem naar bloem en dragen op deze manier zorg voor de bestuiving.

 

Kortom milieuvriendelijker kan het niet.